👤 Pro — geen advertentiesPro
← Alle gidsen
// Gidsen

DXF, DWG of SVG: welk bestand een lasersnijder, CNC-machine of drukkerij wil

Dezelfde tekening kan perfect zijn op het scherm en onbruikbaar op een machine. Van mensen die elke dag met CNC werken: welk formaat je stuurt, en hoe je het voorbereidt zodat het in één keer goed snijdt.

Drie formaten, drie oorsprongen

  • DWG is het eigen formaat van AutoCAD: rijk, in veel versies, en het formaat waarin ingenieursbureaus werken. Het is een gesloten formaat, en machinebesturingen lezen het zelden rechtstreeks.
  • DXF (Drawing Exchange Format) is door hetzelfde bedrijf gemaakt om tekeningen tussen programma's uit te wisselen. Het is de gemeenschappelijke taal van snijmachines: vrijwel elk laser-, plasma-, waterstraal- en CNC-CAM-pakket importeert het.
  • SVG is het vectorformaat van het web, geschreven door ontwerpprogramma's zoals Illustrator en Inkscape. Het is ideaal voor logo's en illustraties, en veel hobbylasers en snijplotters accepteren het — maar het weet niets van millimeters tenzij je het dat vertelt.

Wat de machine echt nodig heeft

Een snijmachine volgt lijnen. Kleuren, vullingen, schaduwen of hoe mooi de tekening eruitziet doen er niet toe; vier dingen tellen wél:

  • De juiste schaal en eenheden. Een onderdeel dat 100 mm breed getekend is, moet als 100 mm aankomen — niet 100 inch, niet 100 pixels. Een DXF kan zijn eenheid meedragen, maar veel programma's negeren die, dus teken op 1:1 en vermeld de eenheid wanneer je het bestand stuurt.
  • Gesloten contouren. Een omtrek die zijn beginpunt op een haar na mist, is voor de machine geen vorm: die kan hem overslaan, of in de verkeerde volgorde snijden. Lijnen die op elkaar moeten aansluiten, moeten ook echt aansluiten.
  • Geen dubbele lijnen. Twee lijnen boven op elkaar zien er op het scherm uit als één, maar de machine snijdt twee keer: trager, met een bredere snijbreedte en soms verbrande randen.
  • Zinnige geometrie. Lijnen, bogen en cirkels snijden het schoonst. Krommen die als duizenden minuscule segmenten geëxporteerd zijn, laten de besturing haperen, omdat die niet ver genoeg vooruit kan kijken.

Onze DXF-nodeoptimizer neemt dat laatste punt voor zijn rekening: hij brengt polylijnen terug tot veel minder punten en houdt de vorm binnen een tolerantie die jij kiest. Om schaal en contouren te controleren voordat je iets verstuurt, open je de tekening in de DXF-viewer.

Lagen en kleuren hebben betekenis

In een snijbestand zijn lagen en kleuren instructies, geen versiering. Een gangbare afspraak is één laag voor de buitencontour, één voor de gaten, één voor graveren of markeren en één voor buiglijnen. Vraag je leverancier welke afspraak zijn machine gebruikt; veel leveranciers reserveren één kleur voor snijden en een andere voor graveren.

Zet tekst om naar contouren, of gebruik een enkellijnig graveerlettertype. Anders wordt de tekst door de machine genegeerd, of wordt elke letter als een gat uitgesneden.

Snijbreedte, kleine gaten en fijne details

Elk snijproces haalt een strook materiaal weg — de snijbreedte (kerf) — van een fractie van een millimeter bij een fiberlaser tot een millimeter of meer bij plasma. Compenseer dat niet in de tekening: teken de eindmaat en laat de CAM-software van de operator het snijpad verschuiven. Verklein je je gaten zelf en compenseert de machine ook, dan zitten de onderdelen er dubbel naast.

Kleine details hebben grenzen. Vuistregel: gaten kleiner dan de materiaaldikte zijn moeilijk schoon te snijden, vooral met plasma, en heel dunne bruggen tussen gaten kunnen doorbranden of kromtrekken. Vraag je leverancier naar de minimale gatdiameter en de minimale brugbreedte voor jouw materiaal en dikte voordat je de tekening definitief maakt.

Van SVG, PDF of een afbeelding naar DXF

Logo's en tekeningen komen vaak van een ontwerper als SVG, EPS, AI of PDF. Die bevatten al vectoren en laten zich dus rechtstreeks omzetten naar DXF: gebruik SVG naar DXF, EPS naar DXF, AI naar DXF of PDF naar DXF. Controleer achteraf altijd de maat: een tekening die in pixels is opgezet, moet naar echte millimeters geschaald worden.

Een foto of een gescande schets heeft helemaal geen vectoren. Afbeelding naar DXF trekt de omtrekken over tot lijnen, wat goed werkt voor schoon, contrastrijk tekenwerk en slecht voor foto's. Een overgetrokken tekening bestaat uit veel kleine segmenten, dus haal zo'n tekening door de nodeoptimizer voordat die naar de machine gaat.

Als de klant DWG stuurt

Stuurt een ingenieursbureau DWG en wil je machine DXF, zet het dan om met DWG naar DXF. Andersom levert DXF naar DWG een bestand dat een AutoCAD-gebruiker kan openen. Is je CAM-software oud, vraag dan om — of sla op als — een oudere DXF-versie: nieuwere worden niet altijd begrepen.

Gieten, krimp en drukkerijen

Modellen en mallen voor gietstukken, en onderdelen in sommige kunststoffen, moeten groter getekend worden dan het afgewerkte onderdeel, omdat het materiaal krimpt bij het afkoelen. De krimpschaler vergroot daarom een DXF of STL met een exact percentage.

Drukkerijen en makers van reclameborden hebben meestal liever PDF of EPS met echte vectoren en tekst omgezet naar contouren; plotters en snijplotters willen vaak DXF of SVG. Vraag bij twijfel naar hun voorkeursformaat en een voorbeeldbestand — vijf minuten vragen bespaart een verknoeide plaat.

Een checklist voordat je verstuurt

  • Getekend op 1:1, met de eenheid vermeld.
  • Elke contour gesloten, geen dubbele lijnen.
  • Tekst omgezet naar contouren of naar een enkellijnig lettertype.
  • Lagen en kleuren zoals je leverancier ze verwacht.
  • Eén keer gecontroleerd in een viewer.
  • Een bestandsnaam met het onderdeelnummer, het materiaal en de dikte.

Meer gidsen